|
|
Traagschuim
Traagschuim dat langzaam zijn oorspronkelijke vorm aanneemt.
Traagschuim dat snel zijn oorspronkelijke vorm aanneemt.Traagschuim (ook
wel: visco-elastisch schuim, geheugenschuim, nasa-schuim enz.) is een
materiaal dat wanneer het wordt ingedrukt langzaam in zijn
oorspronkelijke vorm terugkeert. Dat kan ongeveer 0,5 tot 5 seconden
duren. Daarnaast wordt traagschuim zachter door lichaamswarmte. Het
grootste voordeel van traagschuim is dat bij een matras van traagschuim
er minder druk staat op uitstekende delen.
Geschiedenis
In 1966 werd traagschuim door de NASA ontwikkeld om tijdens de lancering
van de Space Shuttle de enorme versnellingskrachten (g-kracht) op te
vangen door de krachten beter over het lichaam te verdelen. Men noemde
het 'temper foam' omdat het zich vormt naar het lichaam door de
lichaamswarmte. Uiteindelijk is het niet door de NASA gebruikt, maar
vond wel zijn weg naar speciale medische toepassingen. Het was echter
nog vrij duur. Traagschuim kreeg een grotere bekendheid door de Zweedse
matrassen- en kussenfabrikant 'Tempur-pedic'. Zij slaagden erin het
traagschuim productierijp te maken en gaven het de merknaam 'Tempur'.
Aangezien NASA het traagschuim heeft vrijgegeven, is er geen licentie
nodig om het te fabriceren. Ook in Nederland wordt traagschuim gemaakt.
In ziekenhuizen en verpleeghuizen bleek een matras van traagschuim
decubitus (doorligplekken) te kunnen voorkomen bij mensen die langdurig
op bed lagen. Vanaf ongeveer het jaar 2002 zijn matrassen van
traagschuim een algemeen gangbaar product.
Materiaal
Traagschuim is een schuim van polyurethaan, net zoals polyetherschuim en
koudschuim. Het bestaat uit holle cellen, die niet geheel afgesloten
zijn, zodat de lucht in de cellen niet gecomprimeerd wordt als de cellen
in elkaar gedrukt worden. Bij kamertemperatuur is het materiaal stug.
Het materiaal wordt slapper op die plaatsen waar het door de
lichaamswarmte wordt verwarmd. Daardoor zal het materiaal zich voegen
naar de vorm van het lichaam, waardoor het gewicht van het lichaam beter
verdeeld wordt over het contactoppervlak.
Het materiaal reageert op warmte en druk. Het wordt zacht als het warm
wordt. Met name bij traagschuim met een lang geheugeneffect is het
schuim daarom 's zomers zachter dan 's winters. Doordat het op
temperatuur en gewicht reageert voegt het zich naar iemands lichaam.
Gewoon polyetherschuim kan al in verschillende soorten gemaakt worden
(gewicht, stevigheid, structuur), maar bij traagschuim komen daar nog
meer mogelijkheden bij. Zo kan het geheugeneffect sterker of minder
sterk zijn. En sommige traagschuimen voelen vettig aan, andere weer niet
enz.
Traagschuim voor matrassen moet voldoende luchtig zijn, zodat het goed
ademt. De cellen van het schuim moeten vrij de lucht kunnen doorlaten.
Men noemt dat een 'open celstructuur'.
Toepassingen
Omdat traagschuim speciaal gemaakt is om op lichaamswarmte te reageren
wordt het altijd gebruikt als extra comfort of bescherming van mensen.
Enkele voorbeelden: matrassen, hoofdkussens, oordopjes tegen lawaai, in
helmen enz.
Matras
Een matras bestaat meestal uit
meerdere lagen. Bijvoorbeeld een bovenlaag van soepel traagschuim en een
onderlaag van veerkrachtig schuim. Voor de onderlaag wordt meestal
koudschuim gebruikt, soms een stevige traagschuimsoort en soms een
pocketverenkern.
Traagschuimmatrassen zijn nooit volledig vervaardigd uit traagschuim. De
matras is opgebouwd uit een traagschuimbovenlaag, die geplaatst is op
een kern (koudschuim, pocketveren). De kern dient veerkrachtig en
ondersteunend te zijn. Er is geen duidelijkheid over wat nu de beste
kern is voor traagschuim. Sommigen vinden dat een koudschuimkern de
beste resultaten geeft. Anderen beweren dat een
pocketverenkern een betere
ventilatie garandeert.
Hoofdkussen
Bij hoofdkussens wordt vaak een zacht en luchtig traagschuim gebruikt.
Veelal is een extra verhoging voor de nek aanwezig, zodat die goed wordt
ondersteund. Men noemt die verhoging soms een 'nekrol' en het
resulterendekussen een 'nekrolkussen'. Sommige hoofdkussens zijn niet
uit een groter blok uitgesneden maar tijdens de fabricage in een vorm
gegoten. Aan de buitenkant zijn dan geen cellen te zien (zoals bij een
spons), maar een rubberachtige laag. Gegoten schuim ademt minder goed
dan de geschuimde variant met open celstructuur en neemt ook minder goed
vocht op. Gegoten schuim wordt daarom steeds minder toegepast. |